vorige pagina

 

Discussie

Dag Auke,

Op de opening van mijn tentoonstelling ‘Kiezels en Kruimels', spraken wij kort over mijn werk. Een opmerking van jou is blijven hangen: “Je wilt begrepen worden, je stelt jezelf op afstand.”
Die zin komt steeds weer in mijn hoofd op en ik begrijp niet wat je er mee zeggen wilde.
Ik weet niet of beide zinsdelen direct met elkaar in verband staan, misschien citeer ik verkeerd.

Dag Jan,

Het was een opmerking die voortkomt uit de gedachte dat het voor jou niet voldoende is dat mensen je werk waarderen om de heel verschillende redenen waarom ze dat kunnen doen. Omdat ze je een geweldige schilder vinden die complexe beelden in harmonie weet te brengen, bijvoorbeeld, of omdat ze er op een aantrekkelijke manier zich ongemakkelijk bij voelen, of omdat ze gelukkig worden van het kleurgebruik, of omdat ze er een knappe techniek achter verwachten.
Het kunnen motieven zijn waar we onze schouders over ophalen of wat besmuikt over kunnen doen (de eeuwige vraag tijdens open atelierdagen “hoe doet u dat nu?”). Maar toch kun je je publiek die eigen invulling gunnen.
Doordat je je werk zo nadrukkelijk met een spirituele inhoud verbindt, lijkt het net alsof je van je publiek (van mij) eist dat het daar in meegaat. Dat een andere verwerking van je schilderijen niet telt, niet valide is.
Het is de moeite waard te ontdekken wat jou als schilder bezig houdt, waar je werk vandaan komt, maar als je dat te nadrukkelijk doet, dan ga je - als het ware - voor het werk staan en beneem je het zicht op het schilderij.

Dag Auke,

Verantwoording bij het boekje ‘Kiezels en Kruimels'

Beeldende kunst is niet het laten ontstaan van nieuwe vormen uit het niets, maar het is een unieke organisatie van het bestaande.
Schilderen is organiseren van verf. Die organisatievorm heeft een doel en een betekenis. Zonder dat is er sprake van een dood kunstwerk. Omdat de schilder alleen zijn instrumentarium etaleert.

In elke schildering zijn er twee scherp gescheiden zaken:

  • De inhoud, de organisatie is het werk.
  • Alle mogelijkheden tot beelding, alle technische mogelijkheden, stijlopvattingen, intelligente stellingname, alle typische kenmerken van het talent van de schilder, alle keuzes in kwasten, paletmessen, spuitbussen of wat er nog meer is: is allemaal instrumentarium.

Veel schilderijen gaan over het instrumentarium. Kunstenaars vinden of bedenken beeldende problemen die ze uitwerken. Ze slijpen de bijl zonder er mee te hakken.
Het is als een meubelmaker die in zijn werkplaats alleen maar bezig is zijn instrumentarium te vervolmaken zonder er ooit een meubel mee te maken.
Een treurig dieptepunt is Baselitz met zijn schilderingen die op de kop hangen: een volkomen nutteloze intellectuele stellingname, met als enig doel zijn plaats in de pikorde te verzekeren.
Het vermogen van de kunstenaar om zijn instrumentarium te hanteren is op zichzelf onbelangrijk en een niet op zichzelf te waarderen kwaliteit. Een bloem is niets, tenzij je haar als symbool kunt beleven.

Er zijn vele opvattingen over de organisatievorm van het kunstwerk. Dat heeft geleid tot verschillende groeperingen en bewegingen in de kunst. De Renaissance en het Maniërisme lieten zich inspireren door het volmaakte - hogere - principe in de mens, met als hoogtepunt Michelangelo die onverbloemd uit een religieuze beleving mensen transformeerde in goden.
Nooit etaleerde hij zijn kunnen, dat was in strenge dienst van zijn innerlijke beleving.
Bij Michelangelo was er nooit twijfel over de bron van zijn inspiratie. Hij schreef er gedichten over en zijn werk bevond zich op geweide plaatsen, dat was al een indicatie.

Impressionisme, expressionisme, surrealisme, symbolisme, minimalisme, Der Blaue Reiter, Cobra, Die Brücke, jugendstil, enz. zijn even zo vormen van een bijzondere organisatie van het kunstwerk.
Zij maken allemaal voelbaar en herkenbaar vanuit welke beleving de kunstenaar zijn directieven ontvangt.
Elk van deze werkvormen had/heeft een scherp omschreven uitgangspunt, waarop kunstenaars elkaar vonden, ook voor het publiek was/is dat duidelijk.
William Blake is een goed voorbeeld van een kunstenaar die in woord en beeld een zeer persoonlijk, innerlijk wereldbeeld vorm gaf en daarmee een van de pijlers is van de hedendaagse kunst.

In mijn werk doe ik nooit iets voor een ander, ik geef slechts vorm aan wat zich in mij wil uiten. Ik ben de eerste toeschouwer daarvan. Pas sinds kort ontdekte ik daarin een innerlijke ontwikkeling. Die heb ik vormgegeven in de tentoonstelling ‘Kiezels en Kruimels' en het begeleidende boekje omdat dat bij mijn positie als kunstenaar in deze maatschappij geboden is.
‘Mijn publiek' heeft er recht op te weten aan welke innerlijke impulsen ik gehoorzaam ben. Dat de toeschouwer dit niet wil zien en moet afweren heeft zijn oorzaak in hem zelf.

Albert van Dalsum, toneelspeler/regisseur, (1889-1971) vond dat het afgelopen moest zijn met het vrijblijvende, oppervlakkige consumeren van kunst. Hij wilde het publiek dwingend confronteren met de innerlijke werkelijkheid van het uiterlijke gebeuren.
“De beeldende kunst en de toneelkunst moeten u bevrijden van de materialistische rompslomp die ieder mens mee te slepen heeft. De mensen denken dat ze met het neerleggen van wat geld kunnen eisen dat ze aangenaam bezig gehouden worden, of een decoratieve wandversiering kunnen kopen.
Ze willen dat hun geest met rust gelaten wordt. Het moet daarmee uit zijn. In mijn kunst sta ik naakt, ik wil u dwingen ook alles af te werpen, dan pas kan ik u een spiegel voorhouden.”

Hegel zegt: “Wat de naar alle zijden in het eindige verstrikte mens zoekt, is het gebied eener hoogere waarheid, waarin alle tegenstellingen en tegenstrijdigheden van het eindige zich volkomen opheffen en de vrijheid haar volledige bevrediging kan vinden.”

Jan Wessendorp

(wordt vervolgd)

<beginpagina