vorige pagina

 

‘Ik kan niet anders, ik heb nu eenmaal dat rottige talent'

(interview van Annelies Vlaanderen verschenen in BN/DeStem van 27 augustus 2013)

Om met een makkelijke vraag te beginnen, meneer Wessendorp: waarom schildert u?

„Haha, dat is juist de allermoeilijkste vraag om te beantwoorden. Ik kan niet anders dan schilderen. Ik deugde al van jongs af aan voor niks anders. Ik kwam uit een jappenkamp, samen met mijn moeder, als getraumatiseerd jochie. We gingen wonen in Sassenheim, ik ging naar de kunstacademie in Den Haag om beeldende kunst en later fotografie te studeren. Ik was het lulletje uit de polder. Maar ik kon tekenen! Dat was voor mij een uitweg. Al tekenende kon ik een wereld maken die goed was. Daaromheen mislukte alles.”

Is het nog goed gekomen met u?

„Eh... redelijk. Ik ben niet iemand die zich makkelijk beweegt. Ik ben het liefst in mijn atelier, alleen. Werken heeft eenzaamheid nódig. Het gaat niet alleen om het moment van schilderen, nee, je moet altijd alert zijn. Weet u, eigenlijk is schilderen een soort topsport. Een sporter kan er ook niet de hele tijd op los leven. Je moet continu op een bepaalde golflengte ingesteld zijn. Als ik door de supermarkt loop, bijvoorbeeld, en snoepjes in bepaalde kleuren tegen kom, dan denk ik meteen: hé, die kleur zoek ik al zo lang naar.”

Wat wilt u eigenlijk uitdragen met uw schilderijen? Het zijn niet bepaald vrolijke afbeeldingen.

„Ik zie mezelf als een moderne iconen schilder. Ik probeer iets uit de werkelijkheid te halen en er een symbool van te maken, er hogere waarden aan te verlenen.”

Dan gaat u er dus van uit dat er hogere waarden bestaan.

„Inderdaad. Dit is niet alles.”

Verwijst u dan naar iets goddelijks? Volgens mij, als ik uw werk zie, bent u daar gevoelig voor.

„In die zin dat ik denk dat we allemaal op zoek zijn naar geluk, alleen niet op dezelfde manier. De misdadiger zoekt hetzelfde als de kloosterling. Wat hen drijft, is geluk.” Al het rusteloos dolen in goed en kwaad, op deze aardbol, is richtingloos zoeken naar eeuwige schoonheid.”

Komt u zelf het geluk wel eens tegen?

„In mijn werk: soms, één moment van geluk. Dat noem ik liever voldoening over geslaagd werk. In het algemeen: of het nu om een schilderij of of een vriendschap gaat, je bereikt natuurlijk nooit wat je wilt. Het blijft altijd een zwakke afspiegeling van wat je nastreeft. Maar daardoor ga je juist verder. Ik ben in mijn leven door donkere dalen gegaan, niet alleen in mijn jeugd. Bij voorbeeld mislukte relaties achter de rug. Het gekke is dat ik daar meer van geleerd heb. Je leert je grenzen kennen, je ervaart het leven nog feller dan voorheen.”

Zou u soms niet het roer om willen gooien. heel dat moeilijke gedoe met die verf achter u laten en bijvoorbeeld een wijngaard willen beginnen in Frankrijk ?

„Ik wou dat ik op die manier gelukkig kón zijn, maar ik heb nou eenmaal dat rottige talent. Dat drijft me en is zowel een geluk als een belasting.”

„Grote nationale bekendheid heeft u totnogtoe niet verworven. Wordt u, vindt u, voldoende gewaardeerd?

„Door collega's en kunstminnaars wel. Door het officiële kunst- circuit minder. Tja, ik denk dat ik me na de kunstacademie in een stad als Amsterdam of Berlijn had moeten vestigen, dan was ik misschien bekender geworden. Dat heb ik niet gedaan. Ik heb er voor gekozen parttime te werken, eerst als creatief therapeut en later als docent tekenen en schilderen aan de St. Joost in Breda.”

Toch begrijp ik nog niet helemaal waarom u niet doorgebroken bent. Ik zie zoveel kracht en ambacht in die werken wat bij veel andere kunstenaars ontbreekt

„Nou ja, ik heb nog wel een verklaring. Mijn werk sluit op geen enkele manier aan bij welke stroming dan ook. Dus dat komt er nog eens bij, de waarde van je werk wordt dan moeilijker herkent”

Dat is in feite toch een voordeel?

„Zo heb ik het nooit ervaren. Zelfs mensen die goed thuis zijn in de beeldende kunst, weten niet wat ze ermee aan moeten. ”

U heeft toch wel fans? U verkoopt toch wel eens wat?

„Ja, er zijn mensen die mijn werk weten te waarderen. En ik verkoop wel eens wat, maar dat wordt ook steeds minder. Op een gegeven moment zijn ook bij de liefhebbers alle muren vol.”

Medelijden is misplaatst. U wílt het zo, dat gevecht met het doek en die eenzaamheid .

„Eenzaamheid heb je nodig. Eenzaamheid kan heerlijk zijn. Iedereen is in feite eenzaam. Er hoeft helemaal geen lading aan te kleven van verdriet of mislukking. Ik denk dat het onze opgave is om eenzaamheid te accepteren als een kracht, om eenzaam te durven zijn.” 

U bent toch niet altijd alleen? En u lacht toch wel eens?

„O ja. In gezelschap functioneer ik juist als iemand die mensen uit de ernst kan halen. Met Auke van der Heide , een goede vriend en collega met wie ik veel monumentale opdrachten heb gedaan, kan ik ontzettend lachen.”  

Desalniettemin. Is Bergen op Zoom niet iets te Bourgondisch voor u?

„Het gekke is dat ik van deze stad ben gaan houden. Sinds ik er woon heb ik eraan meegeholpen om hier kunstenaarsinitiatieven van de grond te krijgen - eerst Impuls, in de jaren zeventig; daarna Arsis, tien jaar geleden. Met Impuls hebben we eens een streek uitgehaald - god, wat hebben we gelachen. Jan van Mosselveld was toen conservator van Het Markiezenhof. Hij wilde geen hanggeld voor schilderijen betalen, terwijl dat een landelijke regel was. Toen hebben wij hem gegijzeld en op een gegeven moment is hij gezwicht.”

Toch nog even terug naar wat u in het begin vertelde. Volgens mij is het trauma van het jappenkamp u altijd blijven achtervolgen .

„Dat zou kunnen. Ik was nog geen 2 jaar toen ik het kamp inging. Ik had er toen nog geen woorden voor. Het ligt altijd als een vage deken over me heen.”

U blijft in elk geval schilderen.

„O ja. Er komt zelfs een onrust bij. Ik ben al 72, ik zie de zandloper voor me en ik wil nog altijd het ideaal bereiken.”

<beginpagina