vorige pagina

 

Jan Wessendorp

kunst en wereldbeeld - aantekeningen uit het atelier

Stelling:
'Ismen'
De groep producenten en consumenten die een ‘isme' aanhangt vormt als het ware een criminele organisatie, omdat ze de kunstenaar gijzelt door zijn absolute vrijheid te begrenzen. Ook als de kunstenaar zichzelf dit ‘isme' oplegt.

De verschillende stellingnamen zijn van buitenaf opgelegde beperkingen van zijn expressie.

De kunstenaar moet op elk moment zelf kunnen kiezen uit wat in hem groeit, leeft en beweegt en in welke beperking hij dat wil uiten. Die vrijheid alleen waarborgt authenticiteit en ontwikkeling.

Het wereldbeeld bepaalt de kunst
Een wereldbeeld is de veronderstelde, of gekende samenhang van alle elementen die de uiterlijke en innerlijke werelden vormen. De eenheidsvorm.
De kunstenaar is zich vaak niet bewust van zijn levensbeschouwing, of er is verschil in wat hij uiterlijk aanhangt en innerlijk beleefd, maar de werkelijke opvatting is altijd bepalend voor zijn handelen. Kunstwerken laten altijd, gewild of ongewild, het wereldbeeld van de maker zien of horen, op verschillende niveaus en van verschillende waarde.
De voorbeeld- en wegwijzerfunctie van de beeldende kunst is gelegen in het feit dat ze een hoogstaande levensbeschouwing en ideale levensvorm ter inspiratie en naleving kan voorhouden.

Bewustwording
Levensbeschouwing ontwikkelt zich in een leerproces. Ontwikkeling van de kunst loopt parallel aan de ontwikkeling van de bewustwording van de kunstenaar. Dit proces is in feite een levenslange zoektocht naar de eigen authenticiteit.
De kunstenaar moet eerst zelf innerlijk een kunstwerk worden. Dit kunstwerk is de eigen individualiteit, bevochten op zijn uiterlijke persoonlijkheid. Alleen daarin is het wereldbeeld gegeven, dat niet voortdurend moet worden herzien.

“Laat het wereldbeeld, dat zichtbaar wordt in ons werk, tonen dat er iets goeds in ons leeft.”
Geïnspireerd door: ‘Das Reich der Kunst' van Bo Yin Ra

Worsteling
De weg van persoonlijkheid tot individualiteit loopt van: er over weten, langs vermoeden naar zelf beleven. De karakteristiek van de verschillende fasen in deze zoektocht is:
De zoeker weet van de weg door overlevering of verstandelijk afleiden en besluiten. Dit leidt tot intelligente stellingname, een tussentijds provisorium. Allegorie en verstandelijk leesbare symbolen zijn de beeldingsmiddelen van die kunst, die als rebus leesbaar is.

Bij een vermoeden van de weg, zijn de kenmerken: beeldkracht, zeggingskracht en gevoelsoverdracht.

Alleen als de kunstenaar zijn eigen individualiteit beleefd, zal zijn eigen vorm der eenheid niet meer worden verondersteld maar geweten en geschouwd. Die kunst vormt het doorleefde symbool dat de beschouwer aanspoort en bezielt en het fundament legt voor toekomstige beschaving.

Jan Wessendorp

<beginpagina