vorige pagina

 

Jan Wessendorp

vragen over kunst - een samenspraak

Roeping
Er is geen uiterlijke macht die een mens deze last oplegt, maar alleen de eigen wil.
Die hogere macht ben je zelf, de hoogste zijnsvorm van jezelf. De zijnsvorm van de mens is oneindig, hij wortelt in afgronddiepten, verbonden met alle donkere machten, en hij bloeit in hemelsferen, zoals de lotusbloem daar symbool van is. Wie je bent bepaalt de wilskeuze wat je in jezelf tot uitwerking en expressie brengt. In het verloop van het leven kan die keuze wisselen. Die richtinggevende wil ervaart hij als zijn roeping!

Talent
Ja, een bijzondere psycho/fysieke constellatie van de uiterlijke mens wat zowel een zegen als een last zal zijn. Het kan soms lang duren voor een mens gewillig de streepjescode, die het leven hem meegeeft, aanvaardt en de keuzes in leven en kunst er op baseert.

'Lijden' en kunst
Mooi, rijp, voldragen, meesterlijk in de kunst is het resultaat van een langdurig gevecht: de overwinning.
Meesterlijk, omdat het dubbelwezen mens zichzelf en zijn instru-mentarium meester is geworden.
Deze overwinning is het veroverde vermogen om alle krachten, talenten, waarnemingsmogelijkheden, vermogen tot gevoel onder-vinding, denkvermogen enz. in dienst te kunnen stellen van een allerinnerlijkste wil!
Een wil, die in de mensengeest, eerst tot klaarheid is gekomen.
De zo verworven eenheidsvorm/harmonie is uniek en eenmalig, deze vormt de stijl van de kunstenaar.

Kunst is het fysieke, materiële, intelligente equivalent voor wat zuiver geestelijk (niet verstandelijk) wordt vermoed, ervaren of geleefd. De uitbeelding van de kunstenaar is voorbij de grens die dier en mens scheidt.

De uiterlijke, driftmatig gestuurde mens geeft zich zelf op, vervult nog slechts de wil van dat hogere principe in zichzelf.
De innerlijke mens dient daartoe zijn streefrichting om te buigen, los te maken van de diergestalte waarin hij zich hier moet uit-beelden. Deze ontwikkelingsgang gaat met veel vallen en opstaan en leed gepaard voor de uiterlijke mens, maar wordt overstraald door een toenemende innerlijke vreugde. Dit alles heeft niets met psychologische tormentatie te maken, de uiterlijke mens moet enigszins op orde zijn voor dit proces kan beginnen. Daarnaast lijden alle, niet geheel verdierlijkte, mensen aan het leven, van-wege de scherpe tegenstelling in streefdoelen, van de innerlijke mens en het hoogontwikkelde dier, die hij toch beiden in zich verenigen moet.
Kunst, die als rijpe appel valt van de boom van dit groeiproces, wordt wegwijzer op weg in de woestijnen van dit leven.

Levenslust als impuls om te werken
Welke levenslust bedoel je, die van de hoogontwikkelde aap met aan organen gebonden vitaliteit en energie, of de wil tot geluk van de mens die deze 'gebruikt en leeft'? Deze laatste is nodig bij het ontstaan van kunst. De dier-mens is niet tot kunst in staat, kunst is het symbool, uit de wereld van de innerlijke mens. De uiterlijke mens kan de gebeurtenissen en toestanden van het leven niet als symbool begrijpen of doorvoelen, dat kan alleen de innerlijke mens.
Eerst een transfiguratie, naar binnen van wat uiterlijk wordt waar-genomen en ervaren, hierbij onthuld het zijn universele equivalent, dan de omgekeerde transfiguratie daarvan weer naar buiten, waar het nu een materiële of intelligente symboolvorm verkrijgt. Dit symbool moet de uiterlijke hand/hoofdarbeider helpen vormen.
Alleen wat in de waarneming als symbool beleefd wordt geeft het leven betekenis.
Kunst duidt het leven.

Bedoeling
Het is de aard van de, telkens in de Geest- en Diermens werkende krachten, dat ze zichzelf uitbeelden.
De Boeddha straalt zijn wijsheid uit, de Beethoven zingt zijn "Alle Menschen werden Brüder", de kunstenaar pakt zijn gereedschap, de moeder baart, de boer ploegt, de moordenaar moordt.
Elke gedachte, elk woord, elke daad, elke wilsimpuls is zelf-expressie. Er zit geen bedoeling achter.
De uitbeelding is werking van een functie. Eenmaal gevormd zoekt deze impuls verwanten.

Slechte kunstenaars
Veel verwarring ontstaat door het woord 'kunstenaar' te gebruiken waar een functie wordt aangeduid, terwijl het een wijze van zijn aangeeft.
De kunstschilder, beeldhouwer, graficus, enz. kan kunstenaar zijn, dat moet eerst blijken.
Wordt naar luim en lust en kunst het talent ontwikkeld of is kunst het instrument waarmee de mensenziel zich kenbaar maakt en haar relatie met het grote geheel uiteenzet?
Een slechte kunstenaar bestaat niet, wel een slechte hoofd/hand-arbeider.

Richting in leven en kunst
Die richting ontstaat alleen door onvoorwaardelijke, volhardende trouw aan de eigen, innerlijke wil en is geen vanzelfsprekend gegeven.

Richtingwijzer beperkt en dwingt
Als je naar Rome wil is een wegwijzer naar Rome geen beperking maar bevrijding, wijzers naar ander doelen kun je rustig negeren. Alleen dolende zielen, zonder eigen richting, kunnen richtingwijzers als bedreigend/verwarrend ervaren.

-

Wirf, Wandrer, mein Gedicht nicht achtlos fort:
Dir fehlte sonst ein Glück, ein Glück im Wort,
Das einzig ich dir zeige,
Wir schenken, wir, die Künstler Seher Dichter:
In Weltnacht blühn und glühn durch unsre Lichter
Des Lebensbaumes Zweige.


Rolf Schott 1891-1977
Dichter, graficus

-

Zueignung

Ja, du weißt es, teure Seele,
Daß ich fern von dir mich quäle,
Liebe macht die Herzen krank,
Habe Dank.

Einst hielt ich, der Freiheit Zecher,
Hoch den Amethysten-Becher,
Und du segnetest den Trank,
Habe Dank.

Und beschworst darin die Bösen,
Bis ich, was ich nie gewesen,
heilig, heilig an's Herz dir sank,
Habe Dank


Hermann von Gilm 1812-1864
Dichter

  muziek: Richard Strauss - zang: Jessye Norman

-

Ich bin der Welt abhanden gekommen,
Mit der ich sonst viele Zeit verdorben,
Sie hat so lange nichts von mir vernommen,
Sie mag wohl glauben, ich sei gestorben!

Es ist mir auch gar nichts daran gelegen,
Ob sie mich für gestorben hält,
Ich kann auch gar nichts sagen dagegen,
Denn wirklich bin ich gestorben der Welt.

Ich bin gestorben dem Weltgetümmel,
Und ruh' in einem stillen Gebiet!
Ich leb' allein in meinem Himmel,
In meinem Lieben, in meinem Lied!


Friedrich Rückert 1788-1866
Dichter

  muziek: Gustav Mahler (1901) - zang: Jessye Norman

-

Mens in mij.
Ik geef u oor en mond
en huid en hand
om u in deze wereld te vertalen.
De daden die ik stellen wil
zijn uw woorden die mij bepalen.


Jan Wessendorp

-

Bergen op Zoom, januari 2011

Geraadpleegde bronnen:
Bo Yin Ra 1876-1943 Schilder, auteur
Jakob Böhme 1575-1624 Mysticus, theoloog
Meester Eckhart 1260-1328 Theoloog, filosoof
Leven
Atelierpraktijk

<beginpagina